header image

China

17/02/2011 – ? (einddatum nog niet bekend)

 Voordat de reis naar China kan beginnen moet eerst het visum nog worden geregeld. Dit is een gebeurtenis opzich en omdat de ambassade onder Chinees grondgebied valt hebben we het onder het kopje China gezet. 

Chinees visum

Tja… wat moet je zeggen over het verkrijgen van een visum voor China. Wanneer je in Nederland je visum regeld is het binnen no-time gepiept, maar we hebben de meest wilde verhalen van andere reizigers gehoord voor het verkrijgen van een visum in het buitenland. Omdat we waarschijnlijk meer dan 90 dagen in China zullen zijn willen we in eerste instantie minstens 60 dagen, zodat we in China twee keer 30 dagen kunnen verlengen (je kunt in China max twee maal 30 dagen verlenging krijgen bovenop je entry visum). Voordat we in Vientiane naar de Chineese ambassade gaan, zoeken we wat info op het net. Het blijkt mogelijk via een touristen bureautje in Luang Prabang een 90 dagen visum te regelen zolang je maar 180$ pp. betaald. Dus eerst maar de ambassade bezoeken en kijken wat we kunnen regelen en wat het kost.

We zijn vooraf helemaal bang gemaakt met de verhalen over de totale willekeur van Chines ambassades en we stappen dan ook verwachtingsloos de ambassade binnen. We worden meteen aan een lange tafel gezet om te beginnen met het invullen van de nodige formulieren. Tussendoor loopt Lieke nog even naar het rechtse loketje, waar een jonge en vriendelijke lijkende jongen achter de toonbank zit, om te vragen hoe dit nou zit met het aantal dagen dat je maximaal kunt krijgen. Het antwoord is; No, in Lao only 30 days. Lieke; Ja maar de vrouw die hier net haar visum heeft gekregen kreeg 60 dagen. Antw: Ow ja.. eehm.. Lao 60 days max. Lieke; dus 90 dagen is niet mogelijk.. wat raar.. want op het formulier kun je dit wel invullen. Antw: Eehm.. No.. not possible. We besluiten de formulieren maar gewoon verder in te vullen en zien wat er gebeurd. Na alles ingevuld te hebben lopen we weer naar het rechtse loketje en vragen nog een keer of dit toch echt niet mogelijk is want we zijn op de fiets en China is zo`n geweldig land waar we graag langer willen blijven.. blablabla (we kwamen in elk geval veren te kort). Nee, niet mogelijk. We zetten allebij ons meest smekende gezicht en geven de paspoorten met foto`s af. Wouter vraag nog voor de aller laatste keer of 90 dagen toch echt niet mogelijk is. Antw; I see what I can do. Smek, luikje dicht en daar staan we dan met ons goede gedrag.

Als we maandag ochtend om 9 uur de ambassade weer inlopen en naar dezelfde jongen gaan om onze paspoorten op te halen bladeren we voorzichtig door de paspoorten opzoek naar het Chinese visum. En ja hoor… 90 days! Yes, we hebben het. Lieke loopt nog terug naar de jongen om hem te bedanken het enige dat ie doet is een super grote glimlach opzetten. Hij kijk een beetje angstig naar zijn sikkeneurige collega die het loketje naast hem zit en besluit maar snel weer aan`t werk te gaan. Blijkbaar was dit toch niet helemaal de bedoeling ofzo. Uiteindeijk lopen we als twee blije kinderen de ambassade uit. China here we come!

De grensovergang van Laos naar China, 17-02-2011

Na vier schitterende weken in Laos gaan we met de fiets de grens over naar China. We hebben ook over de grenspost verschillende griezelverhalen gehoord (boeken geconfesceerd en tassen overhoop gehaald) maar we kunnen zonder problemen door. Tot nu toe is het land rondom een grens altijd een beetje een verlaten stuk niemandsland en dringen de veranderingen langzaam tot je door. Zo zag je in Cambodja geen enkele geit op de weg en eenmaal in Laos zag je de geitjes overall vandaan komen. Maar bij China was dit alles behalve het geval. De dag voordat we de grens bereikte fietsten we op hele slechte weg die volledig onder constructie lag. Niet door Laos maar door China wordt hier een splinter nieuwe weg aangelegt om te voorkomen dat de Chinese vrachtwagens zo vaak stuk gaan. De laatste 20km was al af en het was fantastisch asvalt. De laatste Laonese stad, 2km voor de grens, was echt een verschrikking. Erg grote Chinese complexen die we in heel Cambodja en Laos niet tegen zijn gekomen. Zowel de winkeltjes als hotels waren helemaal toegespitst op de Chinees. Er kan alleen in de Chineese Yuan betaald worden (i.p.v. Laonese Kip) en alles is het al in het Chinese schrift.
Tegen de avond kwamen we aan en gingen opzoek naar een slaapplaats. Dit bleek minder eenvoudig te zijn dan gedacht, alles lag ruim buiten ons budget, al snel besluiten we om en paar kilometer terug te fietsen en zo de bosjes in te duiken en een goede plaats te zoeken voor de tent. Als we s’ochtends nog in ons tentje liggen horen we een man praten die toch wel iets te dichtbij is. Snel stappen we de tent uit en zien we een stel samen op het land werken. Na een aantal minuutjes hebben ze ons door en komt hij toch maar even polshoogte nemen. Want als er een stel ‘falangen’ (blanken) oppeens opduiken is het toch zeker wel de moeite waard om het werk stil te leggen! Wanneer hij de tent ziet staan en ons ziet tandenpoetsen; begint naar ons te lachen maar hij kan de link nog niet echt leggen. Blanken slapen toch niet in een tent en al helemaal niet hier? Wij zeggen hem vrolijk gedag en met handen en voeten maken we hem duidelijk dat we hier hebben overnacht. Hij verklaart ons waarschijnlijk voor gek maar hij gaat gewoon weer rustig verder met z`n werk en wij pakken snel de tent in en gaan richting de grens.

De Laonese kant van de paspoortcontrole is niet meer dan een klein gebouwtje, alles gaat voorspoedig en we hoeven zelfs geen “stempelgeld” te betalen. We fietsen verder en komen aan bij een groot en vooral erg modern gebouw met zelfs meerdere verdiepingen. Dit is wel wat anders de houte hutjes die we gewend zijn, waarbij de loket-openingen altijd op kruishoogte zitten (waarom in godsnaam!?).
We lopen het moderne gebouw binnen, na enkele minuten wachten onder het strenge toezicht van een Chinees worden de stempels gezet en kunnen we onze fietsen pakken en gewoon verder fietsen. Ook dit valt weer alles mee, we kijken elkaar aan en denken yeah we zitten gewoon in China. De reis begint nu echt ergens op te lijken. Beide kijken we erg uit naar het land en waren we klaar om Zuid-Oost Azie gedag te zeggen.

Fietsen Yunnan (17-02-2011 /  22-03-2011)

Over nieuw asfalt fietsen we China binnen, de weg loopt dwars door de bergen heen. Twintig kilometer klim je langzaam, om vervolgens dezelfde afstand weer af te dalen. Door de brede wegen en het minder stijle stijgingspercentages heb je niet in de gaten dat je langzaam omhoog klimt, voor je gevoel heb je stroop onder je wielen of een lekke band. Na 200km komen we in de eerste grote stad, Jinghong. Voor het daadwerkelijke centrum zijn hele nieuwe wijken (lees steden) gebouwd, het is echt immens! In het centrum zelf is alles verlicht, ieder hoekpunt, palmboom, en gebouw knippert in verschillende kleuren… het lijkt wel een soort kermis.
We blijven hier langer dan verwacht, omdat de gezondheid zich laat afweten. Het leuke aan dit plaatsje is dat er veel fietsers zijn. Zo komen we er achter dat de geplande route volledig onder “road construction” is en het al vele fietsen heeft gebroken. Om onze fietsen te sparen kiezen we ervoor om dit stukje per bus te doen. We gooien ze op het dak en maken ons gereed voor een lange zit naar Lincang.

Vanuit Lincang fietsen we naar Dali, een authentiek toeristisch plaatsje. Onderweg passeren we veel etnische minderheden met allemaal hun eigen klederdracht en gebruiken. In deze provincie is 50% geen lid van de familie ‘Han’ en dus een minderheidsgroep. Soms hebben we het idee dat we om de 25km een ander land binnen fietsen. In Dali wandelen we een paar dagen rond in het stadje en de bergen. Daarna vertrekken we richting Lijang. Er is erg veel verkeer op de weg en het uitzicht wordt voornamelijk gevormd door fabrieken en vrachtwagens. Na twee dagen stof happen komen we dan eindelijk aan op de plaats van bestemming. China lijkt soms wel een grote bouwput, echt ieder stukje is bezet met huizen, fabrieken of landbouwgrond. Als dit geen ontwikkeling is dan weten wij het ook niet meer..

Na Lijiang gaan we samen met vijf andere reizigers door de Tiger Leaping Gorge wandelen. Na twee geweldige dagen wandelen pakken we de fiets en fietsen we door de gorge richting Shagri-la, wat alweer het einde betekend van Yunnan.

De laatste fietsdagen zijn geweldig, we fietsen door de meest afgelegen dorpjes en bereiken ook al een behoorlijke hoogte. Het fietsen rond de 3500-4000m valt ons zwaar en het is soms echt naar ademhappen! Ook de kou is weer even wennen, de hellingen zijn zelfs bedekt met sneeuw. Als de zon weg is of we afdalen, doen we alle jasjes en handschoenen aan die we maar hebben. Rillend in de sneeuw/hagel rijden we de berg af en langzaam komen we in het Tibetaanse gebied. De gebedsmolens, tibetaanse vlaggentjes, heel veel yaks en mooie mensen komen ons te gemoed. We drinken yak butter thee, eten gedroogd yak vlees en de typische ronde brooden in de ochtend.

Als we richting de Tibetan Highway gaan, over een prachtige maar zeer zware route worden we gestopt door de politie en moeten terug (zie verhaaltje Tibetaanse gekte). We besluiten dan maar naar de rijstvelden in de provincie ‘guangxi’ te gaan en fietsen van Nanning naar Guillin. Hierover later meer.

Tot slot, we hebben een super tijd gehad in Yunnan, het is echt een wereld in een wereld. Het tropische meer ‘zuid-oost azie’ achtige zuiden staat in groot contrast met de tibetaanse hoogvlaktes in het noorden. In combinatie met de vele minderheidsgroepen is het een leuke provincie om in te reizen, vooral de combinatie van de geweldige natuur met de verschillende culturen maakt het bijzonder.

Tibetaanse gekte (18 t/m 22 maart)

Vorige week zijn we vanuit Shangri-la vertrokken, richting de Tibetan High Way om zo naar Chengdu te fietsen.
Na een pas van 30km te hebben beklommen op een ongeasfalteerde weg bleek er toch wel erg veel sneeuw te liggen op de top, we zaten namelijk al op 4300m. Boven ons hoofd speelde zich een echte storm af en om die reden namen we een van de sporadisch passerende busjes (sorry willem ). Op deze hoogte is het namelijk moeilijk/onmogelijke een goe kampeerspot te vinden. Na een flinke afdaling over de verschrikkelijke hobbel weg kwamen we aan op plaats van bestemming, dit keer was er strenge politie controle.

Vanmorgen werden we al gewaarschuwd door een andere toerist, die ons vertelde dat ze niet verder mocht. Dit bleek achteraf inderdaad het geval te zijn. Na de politiecontrole (lees 10 Chineesjes die schaapachtig naar je paspoort kijken en wat gegevens noteren) werden we omringd door politiewagens naar een hostel gebracht waar ons vriendelijk doch ZEER dringend werd verzocht daar te overnachten. Wij zijn de moeilijkste niet dus dropte we onze spullen daar. Ook dit werd allemaal nauwlettend begeleidt door de ‘vreemdelinge’ politie. Na het naar boven sjouwen van al onze spullen kwam het hoge woord eruit; we mogen niet verder reizen! Ook al is Tibet nog dik 250km hier vandaan, is het nu een TE “gevoelige periode”! (de woorden ’sensitive’ en ‘dangerous’ kunnen we even niet meer horen) Drie jaar geleden is er een opstand geweest van de Tibetanen en ze zijn natuurlijk als de dood dat dat weer gebeurd. En ja, pottekijkers kunnen ze helemaal niet gebruiken…

Tijdens het gesprek zat er een chinese toerist bij (die overigens wel verder mogen) die gelukkig Engels sprak. Na een lang en vermoeiend gesprek hadden we ze kunnen overtuigen dat we echt niet naar Tibet gaan / willen. Toen we ook nog vermelde dat Wouter zijn vader in Chengdu op ons aan het wachten was kregen we ze eindelijk zover. Met als resultaat dat we het mogen gaan proberen de grensposten te gaan passeren. De Chinse toerist schreef nog een briefje in het Chinees met daarop ons plan en de hosteleigenaar maakte met handen en voeten duidelijk dat hij het heel stoer vond. Helemaal opgelucht en blij dat we toch naar Litang mogen verder reizen gingen we slapen…

De volgende dag stond de politie helaas weer voor onze deur met de mededeling dat het echt niet kan!! We kregen ze dit keer niet om geluld, en er zat dus maar 1 ding op, terug naar Shangri-la. Omdat er die dag geen bus maar die richting op ging, moesten we nog een dagje in het dorpje blijven, wat in eerste instantie absoluut geen straf was. We hebben een schitterende monastary (Tibetaanse tempel) bezocht waar toevallig een ceremonie bezig was. Erg mooi, maar hier zijn jammer genoeg wel onze fietscomputertjes gejad. Zo zie je maar weer, die heiligeboontjes zijn zeker niet heilig, haha!

Alle activiteiten die we die dag ondernamen ging onder begeleiding van de politie. Als we ergens gingen eten, patrouileerde de politiewagens voor ons restaurantje. En toen de enige een andere toerist naast ons, niet optijd terug was in het hostel was er grote paniek… Stel dat hij gevlucht was…
Het was echt heel raar en bizar, zo veel politie in het kleine stadje, de koningin in Nederland wordt nog minder beveiligd. Dit is weer een ander stukje China dan dat we tot dusver gewend zijn. We mochten zelfs niet bellen of de computer gebruiken, want stel je voor..?. Het enige internetcafe was geinstrueerd dat ze geen Aliens (wij dus) meer binnen mogen laten…

De volgene dag werden we wederom onder begeleiding op de bus gezet en gingen we weer de berg op. Al snel hadden we in de gaten dat dit het niet ging worden. De sneeuw stond op een gegeven moment bijna tot onze knieen en we liepen constant vast met het gammele busje. Na ongeveer vier uur proberen en levensgevaarlijke slipacties aan de rand van de afgrond overleven, kwamen de chinezen tot dezelfde conclusie als wij; het lukt niet we moeten terug, he he! Iedereen had het ondertussen ijskoud, het duwen en trekken van de bus had hier geen verandering in gebracht eerder verergerd.

Dus uiteindelijk weer terug naar het dorp en na 9 uur in de bus zitten, stond onze securitie ons weer vrolijk op te wachten… De volgende dag zijn we via een andere schitterende weg veilig in Shangri-la aangekomen, en ook daar was te zien dat er ondanks de minder hoge bergen veel sneeuw was bijgekomen afgelopen nacht. Na een bus rit van 11 uur, waren we beide klaar met het Tibet gedoe en besloten we om maar naar een ander deel van China te gaan. Meteen de nachtbus genomen en vanochtend in Kumming aangekomen. Morgen vieren we Wouter z’n verjaardag en s’ avonds nemen we de nachttrein naar Nanning om vanaf daar de rijstvelden en het karst-gebergte door te gaan fietsen richting Gullin. Hier hebben we beide veel zin in, maar het was wel even slikke dat we niet over de grote hoogte konden gaan fietsen. Morgen nog een keertje het openbaar vervoer in; gezellig naast de aanstarende, roggelende, kippenpoten kouwende en vooral rokende / boerende Chinezen te zitten. Heerlijk! Om daarna weer vrij te kunnen zijn. Wat is China toch een raar land, zucht…

Fietsen in  Guangxi,  (18-03 t/m 16-04)

Mmm, …. Hond
Na een goede nachrust in de nachttrein waren we klaar om te gaan fietsen in de provincie Guangxi. Maar dit kan niet gebeuren voordat er goed gegeten is! In de trein waren we een leuk stel Chinezen tegen gekomen die ons hadden uitgenodigd om Hond te gaan eten. Hier zeggen wij natuulijk geen nee tegen! s’Avonds werden we opgehaald met de auto en rijden we naar het restaurant. We schuiven aan bij een goep aangeschoten Chinezen en beginnen aan de heerlijke maaltijd. Al snel komt de dog-hotpot te voorschijn. Wouter krijgt meteen het beste stukje aangeprezen, dit is namelijk het beentje, ai! Toch maar even de gedachte uitschakelen, daarna smullen we van de maaltijd.
Samen met veel bier en de plaatselijke sterke drank wordt het een gezellige avond. Niet alleen de Chinezen aan onze tafel genieten van het westerse gezelschap maar we worden ook uitgenodigd om aan de andere tafels een drankje te doen. Alles gaat er luidruchtig aan toe en de drankspelletjes zijn hier nog een “hot item”.
 
“De fietsenkeuring”
Na deze avond zijn we klaar om te vertrekken. Na het uitelkaarhalen van de fietsen voor de treinreis zetten we ze weer in elkaar. Niet alleen door ons worden de fietsen goed bekeken maar de Chinezen blijken ware keurmeesters. Na een goedkeurend knikje komen de aanschouwers dichterbij en gaan de fietsen checken. Een Nederlander zal al snel naar het merk en de versnellings-groep kijken, hier gaat een fietsenkeuring er heel anders aan toe! De bandenspanning bepaalt de fietskwaliteit, daarnaast zijn natuurlijk het stuurlind en de grote van het fietscomputertje belangrijke onderdelen. Als laatste wordt er nog even aan het zadel gevoeld, en kijken ze met grote verbazing hoe je op zo’n smal zadeltje kunt zitten….
In deze regio blijkt dat de industrie in volle gang is. China is voor ons een groot werkend hart. De bedrijvigheid is overal te zien en geen enkel stukje land onbebouwd geleven. Ook al genieten we vollop van het lekere weer, de vele industrie maakt ons chagerijnig. Wanneer de mogelijkheid zich voordoet nemen we de kleine weggetjes en fietsen we door de schitterende rijstvelden, wat een beauty! Het hobbelen op slechte wegen eist langzaam zijn tol, niet alleen zijn de fietsen helemaal in het modder bedekt maar ook de baggagedragers van Lieke begeven het. Met ty-rips wordt alles aan elkaar gemaakt en zo bereiken we hobbel de bobbel toch nog Yangshuo.
 
De Chineze toerist
De schitterende karstgebergtes schieten hier uit de grond, en de Chineze touristen fietsen op tandems om ons heen. De camera’s worden door hen tevoorschijn gehaald en ieder bergje heeft wel een fancy naampje. Niet alleen de bergen zijn adembenmend maar ook hoe de Chinezen met z’n allen reizen blijft ons verbazen. Altijd in groepen volgen ze braaf het vlaggetje van de gids die met een microfoon de informatie uitkraamd. Daarnaast zijn ze altijd te herkennen aan het lawaai dat ze produceren, ze maken zeker net zo veel lawaai een goed gevuld kippenhok! 
 
Patatje Oorlog 
In Yangshuo trakteren we onszelf op een mooie accomodatie in de Giggeling Tree. Dit guesthouse wordt gerund door een Nederlands stel wat voor ons inhoudt dat we s’avonds een heerlijk patatje oorlog konden eten en een stukje appeltaart. Samen met andere reizigers drinken we gezellig een biertje en wisselen verhalen uit. Na een paar heerlijke dagen vertrekken we richting de rijstvelden, het fietsen gaat ons goed af en we genieten van de mooie uitzichten. Na 100km in de regen fietsen staat er helaas nog een stijle beklimming te wachten voordat we de de top van de rijstvelden bereiken. Langzaam fietsen we naar boven en komen steeds meer in de dichte mist. Al snel blijkt dat ons ploeteren niet wordt beloond en we twee dagen in de mist naar de onzichtbare rijstvelden in de verte zitten te staren. We gaan maar snel richting Sandjiang en bezoeken de Don-villages met de bekende Wind and Rain bridge. We proberen een treinticket te kopen maar deze zijn helaas al uitverkocht voor die dag. We kunnen de volgende dag met de trein maar dan wel op een hard-seat. We kijken elkaar aan en weten beide dat het een lange zit van meer dan 20 uur gaat worden.
 
Tel Sell
Honderden ogen staren ons aan als we met onze bepakte fietsen aan komen zetten op het perron. We worden goed in de gaten gehouden, iedere beweging wordt geobserveerd als we de fieten poesten. Na een uur poesten en wachten is het dan eindelijk zover en mogen we daadwerkelijk het perron op. Voordat dit het geval is gaan eerst alle tassen door een scan. De controle is bijna strenger dan op het vliegveld en ons nagelschaartje zou bijna hier stranden. Gelukkig lijken onze tassen zoveel op elkaar dat de vrouw verward raakte en na drie tassen helemaal ondersteboven te hebben gehaald, de vuilewas en onze fietsbroeken aan het daglichtkwamen geloofde ze het wel. Gedurende de controle werden we door onze medereizigers als twee criminelen aangestaard. Ik weet niet wat ze dachten, maar ze keken erbij of er twee geweren uit onze tassen zouden komen, haha!

Een treinreis van 20 uur is lang ook al is het uitzicht nog zo mooi. De bankjes waar we op zaten, zijn normaal bedoeld voor drie personen maar hier gaat dat toch wat anders. Uiteindelijk zitten we met z’n vijven, lekker knus! Overal worden foto’s van ons gemaakt en ook onze huidskleur wordt geinspecteerd. Hoewel de beenruimte beperkt is, is het wel gezellig. De verkopers in de trein zouden zo bij “tel sell” terecht kunnen; de scheeraparaten, schoenzooltjes en geweldige handoekjes kwamen te voorschijn. Onze medepassagiers vinden het allemaal geweldig en kijken volledig geintresseerd naar alle “kermis artikelen”.

Chengdu (09-04-2011 / 15-04-2011)
Aangekomen in Chengdu schijnt het zonnetje heerlijk en is de mist en regen van de afgelopen dagen snel vergeten. We verblijven in een groot guesthouse en checken de omgeving uit. We gaan samen met een andere Nederlandse jongen (Kun) de heilige berg ‘Mount Emei’ beklimmen, bekijken de groote budda en ervaren het Chineese nachtleven met de andere backpackers uit het guesthouse.  
Het uitgaan is een hele beleving opzich, voor ons gevoel waren we in Los Angels of Las Vegas. In de clubs hangen overal kroonluchters en alles glimt en schijnt. De Chinese meiden zijn wel een soort barbie poppen (lees: sletjes) en de mannen lijken allemaal wel 16! Omdat Westerse mensen toch wel heel stoer zijn, uhm!! Krijgen we overal gratis drank aangeboden en is er aan aandacht wederom geen gebrek.
Na een gezellige avond nemen we de taxi terug naar ons guesthouse, eten dim-sum i.p.v. een broodje kroket en lopen tot slot het laatste stukje naar “huis”. Alle gebouwen zijn natuurlijk verlicht en knippert op de melodie van de muziek, het lijkt wel 365 dagen per jaar kermis hier.

Nog een paar uur en dan is het zover; Han(s) kan dan de wegen in “planet China” nog onveiliger gaan maken. Hij heeft het bestek thuis gelaten en zal ook de uitdaging “eten met stokjes” aan gaan. Wij zijn er in ieder geval klaar voor met zn drietjes richting Xi’ing te gaan. We hopen dat de Tibetan “gekte” ons dit keer niet terug zal laten keren.

Chengdu (16-04-2011 / 19-04-2011)
s’Ochtends haasten we ons op ons fietsje naar het vliegveld om de vader van Wouter, Han(s), op te pikken. De chaos in deze miljoenenstad (lees 11 miljoen) maakt het nog een hele kunst om op tijd en via een befietsbare route te komen. De snelwegen ernaar toe hebben er dan ook “ongewenst” twee fietsers bij. Precies optijd en dankzij een kleine vertraging alsnog 30 minuten te hebben gewacht komt medefietser-Han(s) door de poortjes. We geven hem natuurlijk een dike knuffel en beginnen meteen zijn fiets in elkaar te zetten.

Han(s) gaat naar het toilet (in het vliegveld zijn het inderdaad weer toiletten ipv varkensstallen zoals in de rest van China ;-) en ondertussen lopen er wel twee hele rara snuiters / Chinezen naar ons toe. Na al die maanden zijn we wel gewend dat mensen hun neus overal in steken en gerust kijken hoe jij je veters strikt of een drol draait. Hierdoor hebben we het niet in de gaten dat het de ouders zijn van Lieke. Dan valt bij haar het kwartje, vliegt ze haar ouders om de nek en lopen de haar tranen over de wangen. Na een kopje thee fietsen we met zn drietjes weer de stad in, deze tocht van 25km is voor Han(s) al een beleving opzich maar gelukkig brengen we het er heelhuids vanaf. De eerste kilometers zijn gemaakt.

In Chengdu is het voor ons sightseeing geblazen. Met z’n vijfjes gaan we naar de welbekende panda’s, bezoeken schitterende tempels, genieten van het stadse leven en bekijken s’avonds het “over”verlichte centrum van de stad. Na een aantal dagen de tourist te hebben uitgehangen moeten we weer aan de bak. We nemen afscheid van Lieke d`r ouders en na een 20 uur durende treinrit arriveren we in Lanzhou.

Fietsen in Noord – China (19-04-2011 / 10-05-2011)
Help, waar is de frisse lucht…
In de Lonely Planet werden we er al voor gewaarschuwd; doe de mondkapjes voor en houdt je oogjes dicht anders overleef je deze stad niet. Lanzhou is namelijk de meest vervuilde stad van China, dit hebben we geweten. s’Avonds een fietstochtje houden in de stad heeft ons alles bijelkaar wel vijf jaar van ons leven gekost. Hoestend, brandende ogen volledig onder het stof stappen we s’avonds in bed!

Na het fietsen in deze smerige stad waren we dan ook blij om de volgende ochtend de fietstrip na 1,5 week “rust” te hervatten. Na nog 30km in de smerige stad te hebben gefietst konden we een klein bergweggetje inslaan. Hank werd meteen op de proefgesteld, en het was dan ook zwoegen op de ongeasfalteerde wegen, via erg stijle stukken een hoogte van 2500m te bereiken. Voldaan zetten we ons tentje op een ongebruikt stukje land en kijken we uit over een prachtige vallei. We voelen ons net de Koning te Rijk. s’Avond warmen we onze noedels op (dit blijkt het begin te zijn van de 888 andere keren dat we noedels eten) en smullen deze welverdiende maaltijd op als hongerige wolven.

De volgende dag gaan de fietsbroeken weer aan, pakken de tenten in en eten een stevig ontbijt om zo over de heuvelruggen verder te fietsen. Het fietsen is hier geweldig of beter gezegd fantastisch, we genieten van het zonnige weer en de schitterende natuur. Het lijkt wel of alle oogappeltjes van de natuur aan ons worden blootgesteld. Het landschap veranderd voortdurend. Binnen 100km zien we mooie azuur blauwe meren, dorre en droge graslandschappen, naaldbossen en zelfs woeste bergen net als de Grand Canyon (nouja, ze lijken er in ieder geval veel op, haha). Wie zegt dat fietsen saai is kan dat na hier te zijn geweest absoluut niet standhouden.

“Hoogte stage”
Dat het fietsen niet gemakkelijk is in deze regio hebben we aan den lijven ondervonden. Ook na de training die Wouter en Lieke de afgelopen maanden hebben gehad was dit zeker niet “routinematig de pendalen rondtrappen”. Het was ploeteren geblazen, de hoogtemeter kwam niet onder de 3000m en het fietsen op een vlakstuk is hier al inspannend. Niet alleen tijdens het fietsen hadden we last van de hoogte. Lieke werd tijdens haar slaap lasting gevallen door “zogenaamd” allemaal beestjes en andere rare dromen, Hans had het vaak benauwd en Wouter kon de sneeuwval en de daarbij komende kou niet meer handelen. Alles wat normaal nauwelijks energie kost is nu al een topprestatie.

Bushcamping
Niet alleen het fietsen is een avontuur opzich ook het kamperen tussen een schitterende bergvallei en bij de mensen thuis is een geweldige ervaring. Of we de tent “sneaky” uit het zicht zetten of bij de mensen thuis is afhanklijk van het gebied waar we ons in begeven. Op deze hoogte zijn de landschappen veelal kaal en robuust. Al is China nog zo groot, het blijft ons verbazen dat ieder stukje grond dat als landbouwgrond kan dienen ook daadwerkelijk in gebruik is. Het wildkamperen is daarom lastiger dan we in eerste instantie dachten.
Maar zo gemakkelijk laten wij ons niet uit het veld slaan, naarmate je meer reist wordt je steeds brutaler. Niet alleen in het verkeer (we hebben namelijk altijd voorrang, dat vinden wij in iedergeval!) maar ook in het regelen van een slaapplek. Voor het opzetten van een tent op iemands erf gaan we alsvolgt te werk:

1)      We lopen het erf op in onze korte broek, stinkende kleding maar natuurlijk met een grote glimlach. We worden aangestaard door de Tibetanen alsof we van Mars komen.
2)      We laten een foto van de tent zien en met volle verbazing wordt er naar het camera-schermpje gestaard. Met enkele handgebaren maken we duidelijk dat dit de tent is waar we in willen slapen. Als het kwartje valt, wordt met een lichte frons naar ons gekeken maar zijn we altijd welkom.
3)      Ze wijzen ons een goed plekje om de tent op te zetten. Het hele gezin, inclusief de buurvrouw, buurman, boer, schapenherder en de toevalig langsrijdende motorrijder stopt om dit te aanschouwen. Met een grote glimlach maar vooral met veel verbazing worden we aangestaard en wordt er goed opgelet hoe drie blanken nou een tentje opzetten.
4)      Als de tent is opgezet en de fietsen van baggage zijn ontdaan willen ze natuurlijk altijd even een fietsritje maken, een kijkje nemen in de tent, aan onze huid / haren voelen en op de kaart kijken. Na een halfuurtje is het nieuwe er wel van af en worden we uitgenodigd bij de mensen thuis een kopje Yak-thee en “oud brood” te eten. Hoe bijzonder dat we ook mogen zijn, de mensen gaan naast het gebruikelijk half uurtje aanstaren weer verder met hun dagelijkse bezigheden alsof we er niet zijn. De Chinezen hebben heel weinig behoefte aan privacy.
s’Avonds koken we ( warmen het water op en doen de instand noodles erin), daarna kletsen / lezen we een beetje, hangen het afval in de boom (tegen het ongedierte) en kruipen ons tentje in. Na een frisse nacht, begint het s’ochtends weer van voor af aan.

Tibetanen
Sinds de invasie van Tibet van 1950 – 51 behoort het tot de Volksrepubliek China en is het staatskundig verdeeld over een aantal Chinese provincies. Wat velen denken (en wij dachten) is dat de Tibetanen alleen in de provincie / het afgeschermde gebied Tibet wonen. Maar dit is niet het geval, ook ten noorden en oosten van deze provincie leven nog vele Tibetanen. Langzaam beginnen we te begrijpen waarom we vorige keer zijn terug gestuurd. Niet alleen de provincie Tibet wordt in maart en mei afgesloten maar ook de gebieden rondom Tibet gaan dicht. Voor hoelang het dicht gaat en hoe groot het gebied precies is, is voor iedereen een raadsel. Dit jaar is de onzekerheid nog groter (en de Chinese regering / politie nog panischer) dan in de jaren ervoor omdat een monnik zich in de fik heeft gezet. Vandaar dat de geplande route (Chengdu – Xining) die we samen met Han(s) zouden fietsen hebben gewijzigd om zo het afgesloten gebied te omzeilen.

Maar gelukkig zijn niet alle gebieden waar de Tibetanen leven afgesloten. We hebben aan de rand nog volledig en ongestoord kunnen genieten van de Tibetaanse cultuur. Gelukkig maar want dit hadden we zeker niet willen missen. We hebben schitterende Monassatry gezien in Xiaghe, Tongren en andere kleine plaatsjes. Na de vele tempels in Zuid-oost Azie was dit een leuke afwisseling. Het verrassende hieraan vonden wij dat ze nog echt door de Tibetanen zelf worden gebruikt. De vrouwen met traditionele kleding, ellenlange vlechten en de gebedskralen / molentjes liepen mediterend rondom de monastarry draaiend aan de gebedstempels. We waren erg onder de indruk over de manier en de trotsheid  waarmee ze met het geloof bezig zijn. Het werd erg gewaardeerd en zelfs aangemoedigd meet te lopen en de monastary te bezoeken.

Niet alleen de manier hoe ze met het geloof om gaan maar ook de vriendelijkheid van de mensen heeft ons aangegrepen. De grote verbazing werd langzaam omgezet in aanmoedingen en het aanbieden van eten en drinken. Nog nooit hebben we ons zo aangestard, bekeken en welkom gevoeld als bij het Tibetaanse volk. We hebben verschrikkelijk gelachen om te zien hoe ze langzaam van verbaasd en starend naar nieuwschierig veranderen. Als je niet oppaste gingen ze er met de fiets vandoor. Altijd wordt ons handelen door tien mensen aanschouwd, we hebben zelden alleen in een winkeltje gestaan!

Vervolg
Na drie geweldige fietsweken staan we op het punt om Han(s) uit te zwaaien. Eerst nog een de schoonheden van de Beijing bekijken en dan zijn we weer met zn tweetjes. De volgende stap is nog niet bekend. Het regelen van een Russisch visum is vanuit een ander land zeer lastig en de positieve verhalen over Centraal-Azie lonken. Dit maakt de keuzen moelijker en wat we uiteindelijk doen is ook voor ons nog een verrassing.