header image

Laos

21/01/2011 – 17/02/2011

Siem Reap – Luang Prabang

Na al het cultuur van Cambodia`s oogappel Angkor Wat, springen we weer op de fiets om langzaam afscheidt te nemen van dit prachtige land. Maar eerst wachten ons nog een aantal mooie fietsdagen door de binnenlanden, om zo via verlaten dust-roads, richting het noord-oosten te gaan. In de dorpjes die we onderweg aandoen is de armoede van het land schrikbarend zichtbaar. Om half 9 `s ochtends zitten de mannen voor hun houten hutjes uit verveling aan het bier, lopen de kinderen met vieze kleding, snotterbellen en op bloote voeten over straat. Langs de weg worden hele stukken land en bos afgebrand en als een van de weinige auto`s die hier rijden ons inhalen is de stofwolk die als hem als een staart achtervolgd niet te harden. We hebben na deze dagen nog nooit zo verlangd naar een douche om het stof en vuil niet alleen van ons, maar ook van de fietsen af te spoelen (de kettingen hebben er aardig onder geleden). Eenmaal opgefrist fietsen we de volgende dag vanuit Stung Treng naar de Laotische grens. Cambodia heeft onze ogen geopend en ons mede door de verschrikkelijk geschiedenis aangegrepen en niet meer los gelaten.

Laos
De grensovergang met Laos bestond uit een setje houten gebouwtjes waar een paar mannen ons gewichtig aanstaren alvorens ze ons vertellen dat we voor de gratis entry-stempel toch een paar dollar moeten betalen. Als Lieke ze boos probeerd te vertellen dat dit nergens op slaat en we het niet gaan betalen, wordt er iemand van onder de tafel wakker gemaakt die ons strak aankijkt en duidelijk maakt dat het hier nou eenmaal zo werkt en als het ons niet bevalt we onze paspoorten niet terug krijgen. Tja… het gaat maar om een paar luttele dollars maar het idee dat je wordt gelicht is altijd vervelend. Waarom zijn grensovergangen  en de mensen die er werken nooit representatief voor het land!? Eenmaal in Laos bezoeken we de 4000 Island, zien de mekong-dolfijnen en relaxen in een hangmat wat op een van de eilandjes (Don Det). Vervolgens fietsen we verder in noordelijke richting en bezoeken het stadje Pakse. Hier ontmoeten we twee Nederlandse fietsers die voor een goed doel vanuit Nederland zijn gefietst; www.friensonwheels.nl. Zij hebben in China een groot deel van de route die wij ook hebben gepland gefietst en geven erg bruikbare tips, waarvan wildkamperen er een is. Lieke is helemaal enthousiast en de eerst volgende dag zetten we meteen de tent op.

De rest van de route richting het noorden is vooral veel van hetzelfde en de tegenwind maakt het er allemaal niet leuker op. We besluiten, mede doordat we onze China visa in Vientiane moeten regelen, 450km te smokkelen door de nachtbus te pakken van Savannaket naar Vientiane (hoofdstad van Laos). We regelen hier ons China visum en vertrekken richting het party stadje Vang Vieng, dat bekend staat om zijn tube-feesten aan de rivier. We vinden een rustig guest house waar we in de tuin onze tent kunnen opzetten en `s ochtens wakker worden van de luchtballonnen die we zien opstijgen tussen de bergen, want ja… daar zijn we nu zeker in belandt. We spenderen onze dagen hier met een groepje Nederlanders die we tijdens oud en nieuw al eens hadden ontmoet en een motor in Vietnam hadden gekocht om zuid-oost Azie mee rond te reizen. Mochten onze benen ons niet meer wille dragen of het fietsen beu zijn dan is de motor is volgens ons een goed alternatief voor fietsen om een land te ontdekken. Als backpacker ga je met de bus van hot-spot naar hot-spot en passer je zowel ons als alle geweldige dorpjes en uitzichten onderweg die wij wel aan kunnen doen.

Na een paar party dagen in Vang Vieng hebben we erg veel zin om aan de eerste echte beklimmingen van onze trip te beginnen. De weg richting Luang Prabang is werkelijk fantastisch! De uitzichten zijn fenomenaal en het zweet dat het ons kost om boven te komen is het meer dan waard. De weg is rustig, afgezien van de kolonnes Chinese auto`s die langs komen sjeezen omdat ze binnen de korte vakantietijd zoveel mogelijk van Laos willen zien. Ze rijden als gekken door de haarspeldbochten en zitten allemaal kauwgum kauwend met hun reusachtige veel te dure foto- en filmcamera`s strak tegen het raam geplakt. Eenmaal in Luang Prabang aangekomen een hostel gezocht en een aantal dagen met een andere Nederlandse jongen (Gijs) het stadje verkend en gezwommen in een van de mooie watervallen en tijdens een tripje met olifanten in de rivier.

Als je reist op de fiets betekend dit niet dat je je alleen maar in de middle of nowhere bevindt maar de afwisseling van rustige, ‘saaie’ en authentieke dorpjes met mooie bruisende touristische delen vinden we geweldig Hier kunnen we weer aan onze westerse eet behoeften voldoen en een gezellig gesprek voeren met andere reizigers onder het genot van een overheerlijke ‘BeerLao’. Hier kun je na een lange tijd van noodle soep en rijst weer een westerse pizza of stokbroodje eten. We zijn maar wat blij dat we op deze manier kunnen reizen!

Wild kamperen

Even een kort stukje over hoe wild kamperen in Laos in z`n werk gaat. Rond een uurtje of 4 gaan we opzoek naar wat pasta of noodles plus groentes en als het kan wat lekkers voor bij het kampvuurtje dat we `s avonds maken. Vervolgens fietsen we nog door tot een uurtje of vijf om daarna een goede spot uit te zoeken. We proberen ervoor te zorgen dat we vanaf de weg niet zichtbaar zijn zodat de dronken Laonezen, want ja ze houden van een feestje, ons niet kunnen zien. We koken ons maaltje en drinken wat. Als er toch mensen langs komen die net huiswaarts keren van een dag werken op het land, kijken ze ons met grote ogen aan. We begroeten hen met een vriendelijk ‘sawadee’ waarna ze met een verbaaste glimlach doorlopen. Je ziet ze denken; wat doen twee blanke mensen hier met een fiets en iets van pannetjes om mee te koken?! Ze snappen niet dat je hier de nacht gaat doorbrengen, 1+1 wordt geen 2. Vlak voordat het donker wordt, rond een uurtje of zes, zetten we snel de tent op en klaar is kees. Ready for the night.

Maar ondanks alle voorzichtigheid t.o.v. mensen waren we een keer de natuur vergeten. We hadden een super mooie spot gevonden aan de kant van een rivier. Hier, gelukkig op een hoger gelegen stuk, de tent opgezet. Rond 7 uur loopt Wouter nog een keertje rond de tent en vraagt aan Lieke; heb ik hier niet om 5 uur gelopen om te kijken of we daar de tent op konden zetten? Het staat nu helemaal onder water. Ai, op de een of andere manier stijgt het rivierwater (achteraf doordat ze een eind verder op een dam hadden opgezet). Voor alle zekerheid een paar stokken in de grond gezet als markering van hoe hoog het water op dat moment is. Ieder uur ging de wekker voor een controle check. Gelukkig stopt het stijgen rond 4 uur en op zo`n 15 cm van onze tent. We waren helemaal ingesloten en konden op dat moment alleen weg door midden door het water te fietsen. Om 7 uur (als het water genoeg gezakt is om te vertrekken) staan we op en kijken elkaar nog eens aan, gelukkig gaat het vaker goed dan fout zullen we maar zeggen!

Muang Ngay

Na aantal relaxte dagen in Luang Prabang besluiten we om verder te fietsen naar het noorden (om precies te zijn Pakmong). Het was een heerlijke heuvelachtige fietsdag, geen extreme beklimmingen. We genieten nog steeds van de kleine dorpjes en de vrolijkheid van Laonezen. Ongeveer 30km vanaf Pakmong kun je met een uur durende boottocht naar een klein dorpje om daar leuke wandeltochten te doen en grotten te bezoeken.
We besluiten om onze fietsen een paar dagen achter te laten in het guesthouse en zo liftend naar het kleine haventje te gaan. Liften is hier wel anders dan in Europa, omdat de plaatselijke bevolking ook veel lift en het normal is om ergens achter op vrachtwagen plaats te nemen zijn we niet de enige. Zittend tussen het kool, de rijstzakken en de plaatselijke bevolking komen we aan op de plaats van bestemming. Hier zijn enkele toeristen maar wel van het andere “soort”. Tussen de altenatievelingen met afritsbroek, de hippe reizigers en natuurlijk de plaatselijke bevolking nemen we plaats in een bootje. De boot vertrekt afgeladen vol, want ja; plaats is geld. Na een uurtje kunnen we weer de benen strekken en komen we aan in het kleine dorpje. Al snel komen we in contact met drie fransen waar we de komende dagen mee op trekken. We bekijken de schitterende grotten, gaan we op een wandel excursie en eten we s’avonds bij een “all you can eat” restaurantje. Voor ons maar vooral voor Wouter is dit een perfecte gelegenheid om weer een beetje bij te eten en goed op gewicht te komen.

De wandeltocht viel een beetje tegen, de boot ging kapot, de gids vertelde niks over de interessante dorpjes en tot slot wilde hij niet meer naar de waterval want we waren te laat. Tot grote verbazing werden we weer terug gevaren naar het dorp en toen brak de discussie los. Hij wilde het geld voor de entrée van de waterval niet terug geven, maar wat wel beloofd was. Met z`n vijven (wij en de Fransen) staan we daar, opeens weet niemand ergens meer iets vanaf. De vrouw die aan ons de reis heeft “verkocht” wil nergens meer van weten. Na een paar boze blikken, en lang wachten, en wat dreigementen dat we naar de Lonley planet stappen begrijpen ze wel dat het dit keer niet gaat lukken om er zo van af te komen. s’Avonds drinken we er een paar biertjes op en zijn we blij om de volgende dag weer op de fiets te stappen.

Na twee mislukte excursies hebben we beide een beetje een kater. Hoe kan het toch dat de mensen die excursies verkopen en organiseren altijd zo niet representatief zijn voor de rest van de bevolking. Deste gelukkiger zijn we weer als we op onze fiets stappen en high five krijgen van de kinderen en de ouders met een grote glimlach en aanmoedigen ons de berg op helpen.

Slapen bij de plaatselijke bevolking, 14-02-2011

Na de bootreis stappen we op de fiets en gaan beginnen aan een 25km lange beklimming met lange stukken slechte weg. We waren van plan om naar Oudomxay te gaan, maar de route bleek toch iets langer dan gedacht en in de bergen is een goede campeer spot vinden altijd wat lastiger. We besloten daarom om eens te kijken of we in een van de bergdorpjes, waar vele minderheids groepen van Laos wonen, bij een familie te overnachten.

We spraken een oude man aan (of noujah meer met gebaren taal) en maakte zo duidelijk wat we wilde. Na veel gestuntel begrepen ze ons en was het geen enkel probleem. Niemand sprak een woord Engels maar we mochten in hun huisje ons matje neer leggen. Aan het eind van de dag met de met de kindjes gespeeld, die na 30minuten met grote ogen ons te hebben aangekeken langzaam waren ontdooid. Na de bekende spelletjes als touwtje springen en elastieken hebben we andere varianten als elastieken etc. geintroduceerd. Helemaal dol enthausiast waren ze en konden ze hun geluk niet meer op.

s’ Avonds mee gegeten met het gezin, rijst met groene groente en varkensspek, (met de haren er nog op). Gelukkig smaakte het eten heerlijk en hebben we met z`n allen lekker zitten smakken, roggelen, tuffen en neus ophalen:-)  s’ Ochtends kwam de zoon van onze gastheer, die een paar woorden engels sprak even langs. Via hem en een geschreven briefje (waarvan we hopen dat ze iemand vinden die het kan vertalen) hebben we ze kunnen bedanken. Na weer het zelfde te eten als de avond ervoor vertrokken we met een goed gevuld buikje richting Oudomxay.

Beide vonden we het geweldig, de familie ging gewoon helemaal hen eigen gang. Om half acht zeiden ze; we gaan naar bed en voor ons zat er ook niks anders op. Het was echt een fantastische en hele bijzondere ervaring.

De grensovergang van Laos naar China, 17-02-2011

Na vier schitterende weken in Laos gaan we met de fiets de grens over naar China. We hebben over de grenspost verschillende griezelverhalen gehoord (boeken geconfesceerd en tassen overhoop gehaald) maar we kunnen zonder problemen door. Tot nu toe is het land rondom een grens altijd een beetje een verlaten stuk niemandsland en dringen de veranderingen langzaam tot je door. Zo zag je in Cambodja geen enkele geit op de weg en eenmaal in Laos zag je de geitjes overall vandaan komen. Maar bij China was dit alles behalve het geval. De dag voordat we de grens bereikte fietsten we op hele slechte weg die volledig onder constructie lag. Niet door Laos maar door China wordt hier een splinter nieuwe weg aangelegt om te voorkomen dat de Chinese vrachtwagens zo vaak stuk gaan. De laatste 20km was al af en het was fantastisch asvalt. De laatste Laonese stad, 2km voor de grens, was echt een verschrikking. Erg grote Chinese complexen die we in heel Cambodja en Laos niet tegen zijn gekomen. Zowel de winkeltjes als hotels waren helemaal toegespitst op de Chinees. Er kan alleen in de Chineese Yuan betaald worden (i.p.v. Laonese Kip) en alles is het al in het Chinese schrift.
Tegen de avond kwamen we aan en gingen opzoek naar een slaapplaats. Dit bleek minder eenvoudig te zijn dan gedacht, alles lag ruim buiten ons budget, al snel besluiten we om en paar kilometer terug te fietsen en zo de bosjes in te duiken en een goede plaats te zoeken voor de tent. Als we s’ochtends nog in ons tentje liggen horen we een man praten die toch wel iets te dichtbij is. Snel stappen we de tent uit en zien we een stel samen op het land werken. Na een aantal minuutjes hebben ze ons door en komt hij toch maar even polshoogte nemen. Want als er een stel ‘falangen’ (blanken) oppeens opduiken is het toch zeker wel de moeite waard om het werk stil te leggen! Wanneer hij de tent ziet staan en ons ziet tandenpoetsen; begint naar ons te lachen maar hij kan de link nog niet echt leggen. Blanken slapen toch niet in een tent en al helemaal niet hier? Wij zeggen hem vrolijk gedag en met handen en voeten maken we hem duidelijk dat we hier hebben overnacht. Hij verklaart ons waarschijnlijk voor gek maar hij gaat gewoon weer rustig verder met z`n werk en wij pakken snel de tent in en gaan richting de grens.

De Laonese kant van de paspoortcontrole is niet meer dan een klein gebouwtje, alles gaat voorspoedig en we hoeven zelfs geen “stempelgeld” te betalen. We fietsen verder en komen aan bij een groot en vooral erg modern gebouw met zelfs meerdere verdiepingen. Dit is wel wat anders de houte hutjes die we gewend zijn, waarbij de loket-openingen altijd op kruishoogte zitten (waarom in godsnaam!?).
We lopen het moderne gebouw binnen, na enkele minuten wachten onder het strenge toezicht van een Chinees worden de stempels gezet en kunnen we onze fietsen pakken en gewoon verder fietsen. Ook dit valt weer alles mee, we kijken elkaar aan en denken yeah we zitten gewoon in China. De reis begint nu echt ergens op te lijken. Beide kijken we erg uit naar het land en waren we klaar om Zuid-Oost Azie gedag te zeggen.