header image

Maleisie

16/11/2010 – 3/12/2010

Het startschot

Hier ons eerste reisverslag (17-25 November 2010) vanuit Maleisie, Kuala Lipis. De reis verloopt tot nu toe helemaal goed.Op het moment dat het vliegveld in Kuala Lumpur uitliepen kwam de hitte ons tegemoet. Vanaf het vliegveld zijn we met een speciaal taxibusje naar Chai, het contactadres dat we in Nederland al hadden gelegd, die in een van de buitenwijken van Kuala Lumpur leeft, gegaan. Een super aardige fietser die ons erg heeft geholpen met het zoeken naar een geschikte fiets voor Jurran. Uitendelijk geslaagd in een fietsenzaak om de hoek, een fietsenzaak is het niet te noemen, tot aan het plafond liggen de banden- en fietsframes. De fietskettingen en moertjes liggen overal door elkaar en op de stoep zit een klein oud ventje alle fietsen te repareren. De fietsenzaak heeft dan misschien niet “de looks” maar qua vaardigheid kan hij niet onderdoen aan een Nederlandse fietsenmaker. In de hitte is hij hard aan het werk, en op een krukje zit een dikkere dame een beetje te lachen en mee te kletsen. Met vol bewondering keek de hele buurt mee hoe de fiets van Jurran in elkaar wordt gemonteerd, de buurtbewoners waren toch wel heel erg nieuwschierig hoeveel zo’n blanke man nou voor ” de Rock bike” heeft betaald. Na een paar dagen in de stad te hebben doorgebracht begon het bij ons toch echt te kriebelen om naar het oerwoud te gaan, de Taman Negra. Omdat Chai, de werelfietser, aan de rand van de stad woont en wij dwars door de stad moeten fietsen heeft hij de eerste 40 km met ons mee gefietst. We zijn om vijf uur in de ochtend op gestaan, en om 5.45 wanneer uit de Moskee het gezang ook al heeft geklonken, zijn we begonnen aan de eerste fietsdag!

Dwars door de stad met volle vaart om maar voor de ochtendspits de stad uit te zijn. Om zeven uur bereikten we het einde van de stad en hebben we heerlijk ontbeten met Roti (Indiaans eten), daarna begon het zware werk pas echt. Een klim van 14 km, door het “oerwoud” en met volle bewondering van de aapjes om ons heen. Hebben we uiteindelijk met zn viertjes de top van boven de 2000m behaald. Hier hebben wij afscheid genomen van Chai en zijn we met zn drieen verder gegaan, het fietsen gaat goed alleen de hitte valt ons zwaar.

Het links fietsen op de wegen gaat goed, er zijn zelfs een soort “fietspaden” voor scootertjes op de hoofdwegen. Door alle medeweggebruikers worden we vrolijk toegejuichd en getoeterd, iedereen zwaait en is dol enthousiast. Aan aandacht geen gebrek, ook in de dorpen en kleinere steden horen we over gegiechel achter ons en kunnen ze hun nieuwschierige blikken niet van ons af houden. De mensen zijn over het algemeen erg aardig, behulpzaam en zeker niet opdringerig.

Na tweeenhalve dag fietsen, zijn we aan de rand van de Taman Negra gekomen, na een boottocht van 3 uur kwamen wij aan in het National Park. De fietsen alles ging op de boot en na het zware zeulwerk in de hitte kwamen wij aan in een prachtig chaletje. De jungle was leuk, maar voor ons niet meer zo speciaal nadat we de voorafgaande dagen met de fiets door de jungle waren getrokken. De volgende hebben we alles weer bij elkaar geraapt en zijn we met alle spullen weer op de boot gestapt.

Het merendeel van de bevolking is Islamitisch, dit geeft ons vijfmaal per dag de mogelijkheid om te kunnen genieten van een geweldig gezang (lees kattegejank) en vallen de blonde haren van Lieke nog meer op. Kleine meisjes met mooie hoofddoekjes om zwaaien naar ons en zeggen vriendelijk hallo. Daarnaast zijn er veel Indiers, Chinezen en oorspronkelijke Maleisiers. Door deze mengelmoes van culturen zijn we nog lang niet uitgekeken op het land. Door de verschillende culturen is de Maleisische keuken erg afwisselend en vormen: rijst, noodels, roti, soep en pau de hoofdmaaltijden van de dag. Dit houdt in dat wij ’s ochtends al heerlijk een bordje ‘fried rice’ eten, in de middag noodels en tot slot een overheelijke roti. In de restaurants zijn niet alleen de toeristen aan het “uit eten” maar iedereen eet buitenshuis, dit zorgt voor een gemoedelijke en gezellige sfeer. De eerste dagen was het wel wennen, zo bestelde Jurran een heerlijke appelsap met ijsklontjes en deed Wouter zijn cola in een glas met ijsklontjes. Omdat dit toch wel een bron van bacterien is, konden zij dit later er weer uitvissen met de handen. Iedereen in het eettentje keek zijn ogen uit.

Op dit moment zijn we in Kuala Lipis, een klein stadje tussen de jungle en de thee plantges (Cameron Highlands). Als uitstapje zijn we vandaag naar de dierentuin geweest. We zijn alle drie direct lid geworden van het Wereld Natuur Fonds, want hoe groter de dieren hoe kleiner het hok! Van dierenwelzijn hebben ze hier nog niet gehoord, de aapjes keken sip en de beertjes liepen te ijsberen… Morgen vertrekken we naar de Cameron Highlands, deze gruwelijke tocht vcanb ongeveer 125km doen Jurran en Lieke helaas zonder Wouter omdat hij last heeft van zijn knie. De toch zal gaan over een nieuwe weg, waar nog nauwlijks winkeltjes of etensmogelijkheden zijn. Om zo  voorbereid mogelijk op reis te gaan nemen we  per persoon 3.5 liter water mee, een tros bananen en pinda nootjes. Laat dit ons de energie geven die we nodig hebben.

“Warm draaien”

De tocht naar de Cameron Highlands

`s Ochtends om 5 uur ging de wekker voor Lieke en Jurran. Om half 6 zaten ze dan ook op de fiets, met de reflexterende jasjes aan, voor de barre tocht naar de Cameron Highlands. Ze zouden een weg nemen die helemaal nieuw is en nog niet open voor verkeer. De weg blijkt drukker dan gedacht, de meeste lokale mensen nemen deze route ook. De reden dat de weg niet niet open is, is omdat halverwege de weg “weg” is. Je kunt er met een ommetje langsheen, om vervolgens de weg weer te vervolgen (dit is pas een half jaar zo en ach… wie zou zich er druk om maken?!). De trip is zo`n 120 km en de naam zegt het al (Highlands) het is voornamelijk klimmen en afzien. Wouter die dezefde weg aflegt met een taxibusje komt ze na 100 km achterop. Jurran zit er volledig door en met het vooruitzicht dat de laatste 20 km het zwaarst zijn besluit hij in het busje te stapppen. Lieke is nog wel fit en besluit door te fietsen. Eenmaal aangekomen was het eten en daarna slapen, helemaal kapot!

De volgende dag stond een excursie op het program om de theeplantages en een van de vele fruittelers te bezoeken. Omdat de Highlands rond de 2000 meter liggen is het eindelijk ook wat koeler (scheelt zo`n 5 graden) en kunnen we zonder bezweet voorhoofd rondlopen. De fietstocht van gisteren heeft Jurran en Lieke geen goed gedaan, en we besluiten met Jurran aan het eind van de middag toch maar naar het ziekenhuis te gaan. Hier konden we gelukkig na wat bloedprikken, een infuus en een korte antibiotica kuur dezelfde avond nog vertrekken. Ook bij Lieke begon de buikpijn en was het wc bezoek iets vaker dan gemiddeld

Voor het echte vakantie gevoel zijn we naar de westkust van Maleisie en Thailand gegaan. Op de eilanden Langkawi en Koh Lipe hebben we heerlijk op het strand gelegen en gesnorkeld. Ook de keuken bleef niet achter, en onder het genot van een drankje was het toch wel weer genieten

Na een klein weekje was het weer tijd om de beentjes in beweging te krijgen. Na alweer een boottochtje waar het een hoop gedoe en onderhandelen is om de fietsen mee te kunnen krijgen zijn we geariveerd op het vaste Thaise land, het fietsen kan weer beginnen.

De wegen zijn hier vlak en de afgelopen dagen hebben we dan ook aardig wat kilometers kunnen maken. Alleen zit het weer nog niet erg mee, bewolking en regen wisselen elkaar af. De zon is tot nu toe nergens te bekennen, maar omdat de temperatuur goed is fietsen we gewoon op sandalen, korte broek en T-shirt.

Thailand verschilt t.o.v. Maileisie niet heel veel. Alleen is het lastiger met mensen te communiceren, in Maileisie konden de meeste mensen Engels (of in elk geval zo dat we duidelijk konden maken wat wilden) hier is dat soms totaal niet het geval en we hebben dan ook een klein Engels-Thais boekje gekocht om toch met mensen te kunnen praten. Want het is niet dat de mensen niet willen, maar we begrijpen elkaar gewoon niet waardoor we in de meest grappige situaties terecht komen.

Ze rijden hier nog steeds aan de linker kant van de weg en juichen ons nog steeds met veel enthousiasme toe. Alleen gebruiken de Thaise mensen een ander schrift waar je de ballen van snapt. Gelukkig zijn de nummers we leesbaar, dus weten we wel hoeveel km een stad of dorp nog is.

Op de weg zijn we de meeste leuke dingen tegen gekomen, van aapjes, een olifant op de achterkant van een open vrachtwagen tot thaise travestieten op scootertjes. Saai is het zeker niet, omdat het toch wel druk begint te worden gaan we vanaf nu proberen echt de kleine weggetjes te nemen. We zijn benieuwd en erg gemotiveerd om verder te gaan.